naar de vorige pagina

Reis EthiopiŽ 2012

Terug naar de startpagina
terug naar routebeschrijving

naar eerste dag

Informatie over EthiopiŽ


De Federale Democratische Republiek EthiopiŽ (Amhaars: የኢትዮጵያ ፌዴራላዊ ዲሞክራሲያዊ ሪፐብሊክ , ye-Ītyōṗṗyā Fēdēralāwī Dīmōkrāsīyāwī Rīpeblīk), is een land in Oost-Afrika.
Het grenst aan Eritrea, Djibouti, SomaliŽ, Kenia, Zuid-Soedan en Soedan.
Het land heeft ca. 86 miljoen inwoners en de hoofdstad is het centraal gelegen Addis Abeba.
Van de Ethiopische bevolking is 60,8% Christen (50,6% Orthodox, 10,2% Protestant), 32,8% Moslim, 4,6% Traditioneel en 1,8% anders 
De officiŽle taal is Amhaars 32,7%. Andere talen zijn Oromigna, Tigrigna, Somaligna, Guaragigna, Sidamigna en Hadiyigna 
Het wegennet is zo'n 36.000 km lang, hierrvan is ca 7.000 km verhard en 29.000 km onverhard

Geografie

EthiopiŽ bestaat voor het grootste deel uit het uitgestrekte en relatief vruchtbare Ethiopisch Hoogland, dat van noord naar zuid doorsneden wordt door de Grote Slenk.
Het Ethiopisch Hoogland vormt het omvangrijkste aaneengesloten berggebied van het Afrikaanse continent. Het gebied ligt vrijwel in zijn geheel boven de 1500 meter en de bergtoppen bereiken hoogten van ca. 4600  meter.
De hoogste berg van EthiopiŽ is de Ras Dashan, die 4620m hoog is.
Het laagste punt is de Denakildepressie met -125 meter. (NAP?)

Het Ethiopisch Hoogland begon rond 75 miljoen jaar geleden omhoog te komen, toen magma vanuit de aardmantel een deel van de zeer oude aardkorst van het Afrikaanse kraton optilde. De opening van de Grote Slenk zorgde er voor dat het Ethiopisch Hoogland in drie delen werd verdeeld. Hiervan worden twee delen als het huidige Ethiopisch Hoogland gezien en het derde deel betreft het gebergte in het zuiden van het Arabisch Schiereiland, wat geologisch deel uitmaakt van het zeer oude Ethiopisch Hoogland. Deze slenk vormde ook de Rode Zee en de Golf van Aden, en scheidde Afrika en ArabiŽ van elkaar.

Rond 30 miljoen jaar geleden, vormde er zich een vloedbasaltplateau, bestaande uit meerdere lagen basalt. In een latere fase van deze periode vonden er ook grote explosieve, calderavormende vulkaanuitbarstingen plaats.
Het Ethiopisch Hoogland werd uiteindelijk helemaal doorsneden door de Grote Slenk, toen de Afrikaanse continentale korst, tussen 30 en 3 miljoen jaar geleden, verder uit elkaar werd getrokken. Dit zorgde voor de vorming van grote schildvulkanen.
De Grote Slenk is een riftvallei; een langgerekt stelsel van slenken (een gebied waar twee tektonische platen uit elkaar bewegen), dat loopt van SyriŽ tot Mozambique over een totale lengte van 6400 km. 
De slenk varieert in breedte van 30 tot 100 km en in diepte van enkele honderden tot zelfs duizenden meters.

In het Ethiopisch Hoogland ontspringt de Blauwe Nijl (in het Tanameer), die samen met de Witte Nijl en de eveneens in EthiopiŽ ontspringende Tekeze-rivier de Nijl vormt.
Andere grote rivieren die het hoogland ontspringen zijn de Awash, Baro, Omo en Wabi Shebelli.



^^
klik op de kaart voor een vergroting^^


Geschiedenis

Volgens legendes is de mensheid in het huidige EthiopiŽ, toen het keizerrijk van Aksum genoemd, ontstaan. Daarna werd het land gedoopt tot AbessiniŽ, een naam die je nog veelvuldig tegenkomt op reis door het land. 
Eeuwen later, in 1896 versloeg het land het aanvallende ItaliŽ, is EthiopiŽ het enige niet-gekolonialiseerde land in Afrika. 
In 1916 kwam edelman Ras Tafari aan de macht, Ras betekent generaal of hertog.  
Als in 1930 Keizer Haile Selassie wordt benoemd, is deze zeer populair op het gehele Afrikaanse continent en later ook in de rest van de wereld. 
In 1935 wordt het land wederom aangevallen door ItaliŽ, deze keer overwinnen de troepen van Mussolini. De Britten winnen het terug in 1941. De EthiopiŽrs noemen dit een tijdelijke bezetting en geen kolonisatie, iets waar ze trots op zijn. Diverse Italiaanse namen en invloeden komen wel voor in het straatbeeld. 
Haile Selassie vervolgt zijn regentschap en als de Keizer Jamaica bezoekt, waar de voormalige slaven het land EthiopiŽ adoreren en beschouwen als hun oorsprong, wordt hij gezien als de reÔncarnatie van Jezus. Zijn naam zal voor altijd verbonden zijn aan de rastafari-beweging, beroemd geworden door Bob Marley en andere rastazangers. De veelgebruikte kleuren van de rastaís, geel, rood en groen, zijn afgeleid van de Ethiopische vlag. 
In de jaren zeventig vinden diverse staatsgrepen plaats en wordt Haile Selassie gevangen genomen, hij overlijd in 1975. 
Het land wordt een dictatuur en pas sinds de jaren negentig is er sprake van een stabiel bestuur. Wel voert het land door de jaren heen vele (burger)oorlogen met de eigen bevolking en de buurlanden Eritrea en SomaliŽ. 
Nu is het land officieel democratisch en zijn er in 2005 verkiezingen gehouden. De uitslag wordt echter betwist, zowel door de oppositie als door internationale waarnemers. Het heeft geleid tot vele onrusten in dat jaar, maar nu is het er rustig in het land. 

EthiopiŽ is op zijn minst 2000 jaar onafhankelijk en is daarmee het oudste onafhankelijke land in Afrika en ťťn van de oudste in heel de wereld


Stammen in EthiopiŽ

De Bana stam die nog een bijna volledig traditioneel leven leidt, leeft in het meest vruchtbare deel van de afgelegen en moeilijk bereikbare Omo Vallei. 
Zij leven voornamelijk van het vee dat zij houden, maar omdat ze niet vaak hoeven te verkassen hebben ze ook de mogelijkheid om gewassen te verbouwen, voornamelijk sorghum.

De kleine dorpjes bestaan uit enkele verwante families. Hun hutjes, die een beetje op tenten lijken, staan in een grote cirkel opgesteld, met een eenvoudige omheining eromheen. 's Avonds en 's nachts verblijven de kuddes koeien en geiten midden in de cirkel.

Het is een zeer opvallende stam, vanwege de opvallende kapsels van zowel mannen als vrouwen, en het feit dat ze nog in dierenvellen rondlopen
De vrouwen van deze stam hebben hun haar in een soort vlechtjes, ingesmeerd met rode oker. Ze dragen daarbij nog metalen halsbanden en brede ceintuurs met vele kleine witte schelpjes
Ook de mannen spenderen veel werk aan hun haar, zij dragen het in een kleikap, versierd met veren en beschilderingen, gecompleteerd door hoofd- en armbanden met blauwe, rode, en zwarte kralen. 
.

De Mursi stam is, zelfs voor de Omo vallei, een afgelegen wonende stam die meer bekend is als de lipschotel stam, vanwege de enorme schotel van klei die vrouwen als decoratie in hun onderlip dragen.
Het is een primitieve stam, ietwat schuw voor buitenstaanders. Zij vertonen vaak agressief gedrag, en het stokvechten vormt een onmiskenbaar onderdeel van hun cultuur.
Voorheen kenden de Mursi geen geldeconomie. Bezit werd veelal gedeeld, of er was sprake van ruilhandel. Totdat de toeristen kwamen, en plots geld boden om foto's te nemen. En met dat geld kan men maar moeilijk omgaan.
 
Over de beroemde lipschotels van klei gaan verschillende verhalen. De grootte van de schotel zou de grootte van de bruidsschat bepalen, of hij zou zijn geÔntroduceerd om de interesse van slavenhandelaren te voorkomen.
De meeste verhalen kunnen waarschijnlijk naar het land der fabelen verwezen worden. De lipschotel dient vooral om zich te onderscheiden van andere stammen, en omdat de Mursi mannen het gewoon mooi vinden.

Ook de Mursi leven vooral van hun vee, en leiden een semi-nomadisch bestaan. De hutjes hebben een ronde vorm, met kleine ingangen. Eigenlijk hebben ze wel wat weg van een iglo. Het dagelijks leven in de dorpjes concentreert zich rond het vee voor de mannen, en rond het maken van eten voor de vrouwen.

De Hamar stam is uiterlijk bijna identiek aan de Bana. Maar het meest bijzondere aan deze stam zijn de unieke rituelen, zoals het springen over een rij koeien
Hamar vrouwen dragen soms een metalen plaat op hun voorhoofd, wat bij de Bana stam niet voorkomt. Verder worden er meer gele en rode kralen in de kettingen gebruikt, hoewel die bij de Bana ook wel eens voorkomen

Wanneer een jonge man een bepaalde leeftijd bereikt dient hij het koeienspring ritueel te ondergaan om volwassen te worden. Dat geeft hem vervolgens het recht om te trouwen, vee te bezitten, en kinderen te krijgen.
Voorafgaand aan de ceremonie wordt er dagenlang feestgevierd. Hierbij wordt er veel gegeten en gedronken, en alles in gereedheid gebracht voor de grote dag.
Als het eenmaal zover is, dan wordt het hoofd van de jonge man gedeeltelijk kaalgeschoren, en hij wordt met zand gewassen om zijn zonden uit te wissen. Ook wordt hij met koeienstront ingesmeerd om hem kracht te geven.
Dan wordt ook een vijftiental koeien ingesmeerd, om ze extra glad te maken. Ze worden naast elkaar gezet, en zij symboliseren de vrouwen en kinderen van de stam. Door vier keer op de koeien te springen en er overheen te rennen krijgt hij symbolisch gezag over de vrouwen en kinderen, en is hij daarmee volwassen.

Een ander aspect van de ceremonie is de zweepslagen voor de vrouwen. De vrouwelijke familieleden van de man vragen aan de Maza om geslagen te worden.
De Maza zijn een groep volwassen mannen, die van dorp naar dorp reizen om de koeienspring ceremonies te begeleiden
De vrouwen worden dus vrijwillig geslagen. Het is voor hen een eer, en ze zijn trots op de littekens die overblijven.
De zweepslagen geven een emotionele band tussen de vrouwen en de man. Door de enorme pijn voor hem te ondergaan, zal de man in slechte tijden ook alles voor hen doen.

De Dorse stam komt van oorsprong uit het zuiden van EthiopiŽ. Rond de stadjes Arba Minch en Chencha, ten westen van de Chamo en Abaya meren in de Grote Rift Vallei zijn hun dorpjes te vinden. Het is hier bergachtig gebied, tot een hoogte van wel 4000 meter.
De tropische bossen in dit gebied hebben grotendeels plaatsgemaakt voor landbouwgronden. Dit was van oorsprong dan ook de belangrijkste bron van inkomen voor de Dorze.
 
Vanwege de schaarste van landbouwgrond, is men rond 1900 echter grootschalig overgegaan op het weven, als hoofdinkomsten bron. Zij hebben deze techniek echter niet zelf ontwikkeld, maar geleerd van de Gojjam stam, waarmee zij sinds de 15e eeuw op voet van oorlog leefden.
Veel wevers trekken met hun ezelskarren door heel EthiopiŽ om hun geweven waren te verkopen. En zij zijn ook de vervaardigers van de nationale kledij van EthiopiŽ, de Shamma, een zeer fijn geweven witte katoenen doek.
 
Meest opvallende kenmerk van een Dorze dorp zijn de hoge hutten, in de vorm van een bijenkorf. De hutten zijn gemaakt van lange bamboepalen. Deze worden stevig in de grond gegraven en bovenaan bij elkaar gebonden.
Bamboe is echter gevoelig voor rotten, en bovendien gewild als voedsel voor termieten. Vandaar dat de onderkant van de hutten na verloop van tijd verwijderd wordt. De hut wordt dus iets kleiner, en verplaats naar een ander plekje.
De hutten blijven zo een lange tijd, gemiddeld veertig jaar, in gebruik, totdat ze te klein zijn om nog in te wonen.

Rond de bamboepalen wordt de hut geweven van bamboerepen, en bladeren van de Ensete plant. Deze plant wordt ook wel de valse bananenboom genoemd, omdat hij erg lijkt op een bananenboom, maar geen bananen levert.
De valse bananenboom is heel belangrijk voor de Dorze mensen. Hij levert dus bouwmateriaal, maar ook voedsel. De wortels smaken naar een soort aardappel, en de bladeren worden kleingesneden en gegeten als groente.
Vezels van de Entebe worden ook nog in elkaar gedraaid en gebruikt als touw, en sap uit de stengel wordt tot een pudding gemaakt.
Vanwege hun handel in weefproducten, is de Dorze stam relatief modern. Toch leeft de stam in armoede. Veel leden van de stam zijn naar Addis Abeba getrokken, maar sinds Haile Selassie geen keizer meer is, is de afzet van geweven producten te beperkt om goed van te leven.

De Dassanech stam telt zo'n 48.000 leden die, sinds zij werden verjaagd van de oevers van Lake Turkana (KE) en uit het betwiste gebied op het drielandenpunt, leven in het uiterste zuiden van EthiopiŽ, in de semi-woestijn laagvlakte langs het delta van de Omorivier, bij de grenzen van Soedan en Kenia.
 
Zij leven in een erg barre omgeving en worden door, uiterste droogte en overstromingen getroffen, met malaria en tseetseevliegen als toemaatje. Maar ze hebben zich, wonderbaarlijk wel, aan deze onherbergzame omstandigheden weten aan te passen. Ze worden wel beschouwd als ťťn van de armste stammen uit de regio, hun vee is hun grootste rijkdom maar door de aanhoudende droogte kunnen zij hun vee nauwelijks in leven houden. Daarom zijn vele stamleden overgeschakeld naar het vissen.
 
De koepelvormige hutjes waarin ze wonen zijn vervaardigd van allerlei materialen - tot plastic en metalen golfplaten toe - op een frame van takken. Het ziet er niet uit, maar deze kunnen in een no-time worden afgebroken en elders worden opgezet, wanneer ze genoodzaakt zijn te verkassen.
 
Veel vrouwen hebben een band, als van een horloge, over het voorhoofd hangen tot over de neusbrug, een stokje door de onderlip en een soort veren hoedje op het voorhoofd
Bij deze stam is de besnijdenis van meisjes nog heel normaal.
De Borana stam komt voor in het zuiden van EthiopiŽ, Noord Kenia en in delen van SomaliŽ. Er zijn diverse subgroepen (bijv. de Guji) die ook tot de Borana behoren. In totaal gaat het om miljoenen mensen.
Het is een herdersvolk, halfnomaden die rondtrekken met hun dromedarissen en wonen in grashutten. Zij leven van melk, geitenvlees en de verkoop van vee
 
De vrouwen dragen heel kleurrijke doeken en metalen halskettingen.
 
Bij deze stam leeft de gewoonte van veediefstal en van strijd met de naburige nomaden nog heel sterk. Wanneer een jonge man een man van de andere stam ombracht was dit een daad die respect verdiende. Hij kreeg daarvoor een speciale band om de bovenarm.

de Erbore stam
Deze stam woont in kleine nederzettingen in het savanne gebied van de Omo vallei. De dorpjes bestaan uit een tiental hutjes van leem met rieten dak. De stam leeft heel geisoleerd en heeft nog nauwel
ijks contact met de moderne wereld.
Er zijn ongeveer nog maar 4.500 Erbore over. Ze wonen tussen de plaatsen Turmi en Weyto. Het gebied van de Erbore grenst aan dat van de Hamer, maar die stam heeft nog 60.000 leden. De Erbore werden vaak in de pan gehakt door de Hamer en hebben zich teruggetrokken in twee dorpen die dicht bij een politiepost en administratief centrum liggen. Hier zijn ze veilig voor de Hamer. 
De Erbore onderscheiden zich door hun sieraden, bijzonder zijn de aluminium 'horlogeband-achtige' kettingen