naar de vorige pagina

Reis Ecuador en Galapagos 2013

Terug naar de startpagina
terug naar vorige dag

naar volgende dag

dag 13 - Riobamba - treinreis Duivelsneus - Ingapirca - Cuenca

Vanaf Riobamba of 'Sultan van de Andes' rijden we vandaag richting Cuenca. Maar eerst stoppen we in het dorpje Alausi waar we de trein nemen naar de Duivelsneus (Nariz del Diablo).
Deze trein heeft een unieke manier om het hoogteverschil naar de Duivelsneus te overbruggen door het traject zigzaggend voor en achteruit te rijden. Volgende reisdoel zijn de ruïnes van Ingapirca, de resten van een oud Inca complex
Ons einddoel Cuenca,qua aantal inwoners de derde stad van Ecuador, bereikten we pas 's avonds laat


Cuenca

kerk voor de Chimborazo vulkaan Indiaanse varkenshoedster groepje Puruhuha indianen uit de Riobamba regio

tussenstop bij de oudste kerk in Ecuador, El Balbanera (1534) het kerkinterieur tegeltableau voor de kerk

buiten wacht het geslachte varken op de kerkgangers aangelijnde schapen en hun hoeder tuinmozaïeken tegen de bergwand 

landschap-impressies langs de weg van Riobamba naar het dorp Alausi waar de treinreis naar de Duivelsneus begint

op de gevaarlijkste stukken van de snelweg is door de regering een aktie gestart waarbij hartjes op de weg zijn getekend op plekken waar dodelijke ongelukken zijn gebeurd

Het dorpje Alausi waar we vertrekken voor de treinreis ook hier weer een drukbezochte markt boven het dorpje torent het beeld van San Pedro

Treinreis Duivelsneus (Nariz del Diablo)
In 1908 werd de spoorlijn tussen Durán en Riobamba geopend en deze is 464 kilometer lang en heeft een 1,067 meter breed spoor. Het is een van de mooiste lijnen ter wereld en een mooi stukje engineering.  Alausí ligt op 2607 meter om naar boven en weer terug te gaan moet de trein zigzaggen (afwisselend voor- en achterruit), het spoor stijgt/daalt maximaal 5,5%.
De stormen van El Niño van 1997/1998 hebben een gedeelte van het spoor verwoest, en inmiddels is er nu alleen maar een service van Alausí naar de Duivelsneus en terug.
Vroeger mocht je óp de trein zitten, maar helaas, na een ongeval met enkele Japanners zijn de veiligheidsmaatregelen verscherpt en mag je niet meer bovenop. De stoomlocomotief is vervangen door een moderne trein met luxe wagons. Vanuit de wagon heb je  een mooi uitzicht over het prachtige landschap.
Tussen Alausí en Huigra ga je kris-kras over de rivier de Chanchán, door tunnels en over bruggen. Je ziet de besneeuwde vulkanen en rijdt langs de Duivelsneus.

onze trein rijdt het stationnetje binnen een deel van de reis wordt de Chanchán rivier gevolgd verder langs de voet van het gebergte

tussenstop op het stationnetje van Bucay  waar we ons even kunnen vertreden en Marijke met een lama praat

we worden vermaakt door een volksdansgroep dan gaat de reis weer verder

Na de treinrit rijden we verder naar Incapirca Rijdend aan de andere kant van het dal hebben we een goed zicht op de rails waarop we net gereden hebben. Je ziet het rangeerdeel aan het eind van een stijgend traject

  dorpje in een vulkaankrater de wolken stroom komt vanaf de oceaan en het laagland de Sierra binnen

Ingapirca ruïnes
Het grootste en belangrijkste complex
dat de Cañari’s en Inca’s in Ecuador hebben nagelaten vind je op een heuvel boven het dorp Ingapirca. Ingapirca is een quichua-woord dat "de muren van de Inca" betekent. 
Meest bijzonder zijn de resten van de zonnetempel, gelegen te midden van de akkertjes van de Cañari-indianen.
De bouwstijl van het hoofdgebouw - de ovalen castillo of templo del sol - is typisch Inca. De blokken andesiet zijn precies op elkaar passend gemaakt: hoewel er geen cement of lijm werd gebruikt om de blokken op elkaar te houden, valt er geen speld tussen te krijgen.

overzicht over het Ingapirca complex "Acllawasi" oftewel het maagdenhuis "Pilaloma" met waarschijnlijk opslagruimten voor voedsel

 het hoofdgebouw "castillo del sol" verder op weg naar Cuenca ging de zon onder en dit betekende ook het einde van het "fotogeklik"

Enkele van de kleurige Indiaanse damesdrachten die we onderweg zagen. Ik neem me altijd voor om ook mannen te fotograferen maar net als de mannendracht in Nederland is deze veel minder karakteristiek

waarschijnlijk Cañaris (met de witte dophoedjes) en Otavaleños indiaansen

terug naar vorige dag

naar volgende dag