naar de vorige pagina

Reis Noord India en Nepal 2014

Terug naar de startpagina
terug naar de reisinfo

naar Nepal Info


India Info

 


India, officieel de Republiek India is een land in Zuid-AziŽ. Met meer dan 1,2 miljard inwoners is India, het op ťťn na dichts bevolkte land ter wereld, na China.
De hoofdstad van India is New Delhi, maar de grootste stad van het land is Bombay. India is een federale republiek onderverdeeld in 28 staten, 6 unieterritoria en 1 nationaal hoofdstedelijk territorium (Delhi). De deelstaten van India zijn voor een belangrijk deel op taalkundige en etnische gronden samengesteld en de grotere etnische groepen hebben daarom allemaal hun eigen deelstaat. De verschillende staten hebben een eigen regering

India wordt gerekend tot de ontwikkelingslanden met een laag gemiddeld inkomen. De Indiase overheid schatte zelf dat over de jaren 2004 en 2005 gemiddeld 27,5% onder de armoedegrens leefde, wat neer kwam op ruim driehonderd miljoen mensen.
De staten rond de Ganges en die ter zuiden daarvan gelden als de armste gebieden van India.

De naam India is afgeleid van Sindhu, de lokale naam voor de rivier de Indus. De Perzen noemden (een deel van) het land Hindoestan, het land aan de Indus. Dit werd door de Grieken gemaakt tot IndiŽ (ινδιη). De naam Hindoestan werd officieel opgegeven na de onafhankelijkheid op 15 augustus 1947. De term India is vooral gebruikelijk geworden in navolging van de Engelse benaming.

De officiŽle taal van India, het Hindi, wordt nog steeds geschreven in het Devanagari schrift (voor elke lettergreep wordt een apart symbool gebruikt), en is net als Nepalees, en Marathi nauw verwant aan het Sanskriet.

India kent geen staatsgodsdienst en is officieel een seculier land. Het is de bakermat van verschillende religies, waaronder het hindoeÔsme, boeddhisme en het sikhisme. Ook de islam heeft een belangrijke invloed op de Indiase geschiedenis en India hoort, samen met IndonesiŽ en Pakistan tot de top drie van landen met het grootste aantal moslims.
Verder vind je in India het Christendom, JaÔnisme, Zoroatrisme, het BahŠi- geloof en het jodemdom. 

klik op de kaart voor een vergroting>>>>


Geschiedenis
Tussen 2600 en 1900 v.Chr ontstond de eerste belangrijke beschaving, de Harappabeschaving (Indusbeschaving) in het gebied met als kern de vallei van de rivier de Indus.
De tweede grote beschaving in het noorden van het Indisch Subcontinent was de Vedische beschaving (Arische beschaving). Deze ontstond twee eeuwen later met de vestiging van nieuwkomers (AriŽrs), oorspronkelijk semi-nomadische veehouders, in het noordwesten van het subcontinent. Het land van zeven rivieren, de tegenwoordige Punjab, moet het gebied zijn waar de AriŽrs zich het eerst vestigden. Later verspreidden ze zich oostwaarts naar het Gangesbekken.
Rond 800-600 v.Chr. werden kleine staatjes (Mahajanapada's) gevormd waarin het kastensysteem volledig was ontwikkeld

Van ongeveer het jaar 300 tot het jaar 500 was een groot deel van hedendaags India onderdeel van het Gupta-rijk. India was in die tijd in beschaving het verst gevorderde gebied op aarde.
Invallen van steppevolkeren uit Centraal-AziŽ leidden echter ca. 500 tot de instorting van het Gupta-rijk.
Hierna, in de jaren 500 tot 750 werd een groot rijk in midden-India gevestigd door de Chalukya. Het rijk van de Chalukya's viel midden in de 12e eeuw uiteen in verschillende kleinere rijkjes.
 
De islam werd kort na 700 geÔntroduceerd in het noordwestelijk deel van het subcontinent Sindh. 
Omstreeks 1200 begon de Islamitische verovering van geheel Noord-India. Muhammad Ghori, sultan van het Ghowridenrijk, versloeg in 1192 de Rajputheerser van Delhi, Prithviraj Chauhan. Daarna veroverde hij een groot deel van de Gangesvlakte. in 1206 stichtte zijn generaal, de mammeluk Qutb-ud-din Aybak, het sultanaat Delhi.

In 1526 viel Babur, een afstammeling van  Dzjengis Khan, met zijn leger vanuit Afghanistan de Punjab binnen, versloeg de legers van de sultan van Delhi en stichtte het Mogol-rijk. De Mogolkeizers, waaronder Akbar de Grote (1556-1605), lieten in hun rijk grote paleizen, forten, moskeeŽn en tuinen bouwen. De Mogols zelf waren allen moslim, maar regeerden over een bevolking die merendeels hindoe was.
Nadat een van de laatste Mogolkeizers Aurangzeb in 1707 stierf raakte het Mogol-rijk langzaam in verval.

Portugal was het eerste Europese land dat om Kaap de Goede Hoop zeilde en India bereikte. Zij vestigden daar de kolonie Goa. Vanaf de 17e eeuw hadden de Nederlanders verschillende nederzettingen aan de kust bij Malabar en Coromandel en begon Engeland de situatie in India te beÔnvloeden. In 1676 vestigden ook de Fransen zich aan de oostkust van India bij Pondicherry, ten zuiden van Madras. Van 1858 tot 1947 werd India geregeerd als een onderdeel van het Britse Rijk.
Een voornamelijk geweldloze opstand onder Mohandas Karamchand (Mahatma) Gandhi en Jawaharlal Nehru vormden een onderdeel van de weg naar onafhankelijkheid.
De Republiek India ontstond op 15 augustus 1947 toen India een onafhankelijk dominion werd binnen het Britse Gemenebest. Chandra Shekhar Azad en zijn groep leidden de onafhankelijkheid van Brits-IndiŽ. 
Het Indiase subcontinent werd door de Britten verdeeld in de seculiere staat India en de kleinere moslimstaat Pakistan. 
  
Jawaharlal Nehru werd de eerste minister-president van India. Staatshoofd van India bleef formeel de Britse koning George VI al verloor deze de titel "Keizer van India".
Er ontstond een massale bevolkingsuitwisseling met Pakistan en de integratie van meer dan vijfhonderd, uit de middeleeuwen stammende vorstenlanden om een verenigde natie te kunnen vormen.

Indira Gandhi, de dochter van Nehru, werd in 1966 de derde minister-president van India. Zij ging een meer duidelijk socialistisch beleid voeren. De banken werden genationaliseerd en er werd een ander socialistisch-economisch en industrieel beleid gevoerd.
Op 23 januari 1977 verloor Indira Gandhi de verkiezingen en Morarji Desai werd  minister-president
Indira Gandhi en haar Congrespartij kwam in 1980 opnieuw aan de macht. Op 31 oktober 1984 werd minister-president Indira Gandhi in New Delhi vermoord door twee van haar eigen sikh-lijfwachten.
De Congrespartij koos Rajiv Gandhi, de oudste zoon van Indira Gandhi, als de volgende minister-president. Op 21 mei 1991 werd Rajiv Gandhi door een vrouwelijke zelfmoordterrorist van de Tamiltijgers om het leven gebracht.

De huidige minister-president, Manmohan Singh, is de eerste sikh die het ambt van minister-president vervult.

Oorlogen gevoerd door de Republiek India:
1947 en 1948 de Eerste Kasjmiroorlog met Pakistan 
1961, na aanhoudende verzoeken voor een vreedzame overdracht, viel India de Portugese kolonie Goa binnen en annexeerde het.
1962 voerden China en India de korte Sino-Indiase oorlog, die ging over de grens tussen beide landen in de Himalaya. De oorlog was een zware nederlaag voor India. China annexeerde van Aksai Chin (Witte steenwoestijn)
1965 voerde India de Tweede Kasjmiroorlog met rivaal Pakistan.
1971 greep India in bij de burgeroorlog tussen West- en Oost-Pakistan, waarna Oost Pakistan zichzelf afscheidde als het land Bangladesh
1984-1989 het Siachenconflict met Pakistan om de regio van de Siachengletsjer in Kasjmir
1999 de Kargil-oorlog of derde Kasjmiroorlog, een grensconflict met Pakistan om het Kargil district


Mohandas Karamchand Gandhi (Porbandar, 2 oktober 1869 Ė New Delhi, 30 januari 1948) was een Indiaas politicus, jurist en vegetariŽr. Zijn bijnaam Ďmahatmaí is Sanskriet voor ďgrote zielĒ. Ook wordt hij in India vaak Bapu genoemd, dat ďvaderĒ betekent in de zin van vader van het huidige India en het Indiase volk.

Na een rechtenstudie in Engeland vertrok Gandhi naar Zuid-Afrika, waar hij zich voor de Indiase bevolkingsgroep inzette. Na terugkeer in India werd hij leider in de Indiase onafhankelijkheidsstrijd. Mahatma Gandhi was een van de grondleggers van de moderne staat India en voorstander van het actieve geweldloosheid als middel voor revolutie.
Gandhi spande zich ook in voor verzoening tussen hindoes en moslims in India. 
 
Hij werd in 1948 in New Delhi vermoord door een extremistische hindoe. Zijn geboortedag, 2 oktober, wordt gevierd als Gandhi Jayanti, een dag waarop mensen van vele gezindten hun held herdenken. Bij een bescheiden monument Raj Ghat, pal aan de rivier de Yamuna in New Delhi, wordt dan zijn favoriete lied Raghupati Raghava gezongen en wordt op de ouderwetse wijze katoen gesponnen.

Een bekende uitspraak van Gandhi is ďDe wereld biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht".


Het Kastensysteem
Nergens is het kastensysteem zo ingewikkeld en systematisch uitgewerkt als in India. Het systeem ontstond toen de Indo-Europeanen in 500 v.C. Noord-India veroverden. Ze beschouwden zichzelf als AriŽrs of zuiveren aangezien ze blank waren. Om hun ras zuiver te houden gaven ze blankere IndiŽrs belangrijke functies terwijl IndiŽrs met een donkere huid het vuile werk moesten opknappen. 
De Indiase term voor kaste is jati. Een kaste kan uit een handvol mensen bestaan of tot vele duizenden variŽren. Er zijn duizenden dergelijke jati's, en elk heeft zijn eigen regels. 
De term Varna (= kleur) verwijst naar de oude en enigszins geÔdealiseerde viervoudige onderverdeling van de hindoeÔstische maatschappij:

 de kastelozen, de Dalit, onaanraakbaren of paria's worden vaak als vijfde kaste gezien.

De kasten leveren een specialisatie op, waarbij verschillende groepen verschillende taken binnen de samenleving hebben. 
Hindoes geloven dat de kaste waarin iemand geboren wordt afhankelijk is van het karma uit de vorige levens.
De Boeddha erkende het belang van het kastenstelsel niet. Ieder persoon kon, onafhankelijk van zijn kaste, bij hem monnik worden.
De beroepsbarriŤres onder Indiase kasten zijn langzaam, onder economische druk, sinds de 19e eeuw vervaagd, maar het sociale onderscheid is meer blijvend. De houdingen ten opzichte van Shudra's begonnen slechts in de jaren '30 onder de invloed van het onderwijs van Mahatma Gandhi te veranderen. De dalits (kastelozen) werden door Mahatma Gandhi de Harijans genoemd, wat betekent: "de kinderen van God". Hoewel de Shudra-status in 1949 onwettig werd verklaard, is de weerstand tegen verandering sterk, vooral in plattelandsgebieden.